| |

Hoeveel kleedgeld geef je per leeftijd? Ik zet het voor je op een rij!

Kleedgeld geven is een mooie stap in de financiële opvoeding van je kind. Het helpt kinderen om te leren plannen, keuzes te maken en te ervaren dat geld maar één keer uitgegeven kan worden. Maar hoeveel kleedgeld is normaal per leeftijd? En moet je kind daar ook schoenen, jassen, sportkleding en ondergoed van betalen? In dit artikel vind je praktische richtlijnen, duidelijke afspraken en tips om kleedgeld op een rustige manier te introduceren.

Hoeveel kleedgeld geef je per leeftijd

Laatst gecontroleerd

Laatste inhoudelijke controle: 21 juni 2026.

De bedragen in dit artikel zijn richtlijnen. Ze zijn gebaseerd op actuele informatie van onder andere het Nibud en op praktische keuzes die ouders vaak moeten maken. Het belangrijkste uitgangspunt blijft: wat moet je kind precies van het kleedgeld betalen?

Waarom kleedgeld geven?

Kleedgeld is niet alleen geld voor nieuwe kleding. Het is vooral een manier om je kind stap voor stap te leren omgaan met een budget. Je kind leert dat je niet alles tegelijk kunt kopen, dat sommige aankopen duurder zijn dan verwacht en dat sparen soms nodig is voor schoenen, een jas of een duurder kledingstuk.

Dat maakt kleedgeld vergelijkbaar met zakgeld, maar met een duidelijker doel. Bij zakgeld gaat het vaak om kleine persoonlijke uitgaven. Bij kleedgeld gaat het om keuzes die meer planning vragen. Een broek, trui of paar schoenen kan een groot deel van het maandbudget kosten.

Volgens het Nibud is financiële opvoeding belangrijk omdat kinderen daarmee worden voorbereid op financiële zelfstandigheid. Kleedgeld kan daar een praktische rol in spelen, zolang ouders duidelijke afspraken maken en het bedrag past bij het gezinsbudget.

Vanaf welke leeftijd begin je met kleedgeld?

Veel ouders beginnen rond de overgang naar de middelbare school, dus vaak rond 12 jaar. Dat is geen vaste regel. Sommige kinderen zijn er eerder aan toe, andere kinderen vinden het op hun twaalfde nog lastig om overzicht te houden.

Een goed moment om te starten is wanneer je kind:

  • meer eigen kledingkeuzes wil maken;
  • begrijpt dat een maandbudget niet onbeperkt is;
  • kan sparen voor iets groters;
  • afspraken kan onthouden over wat wel en niet van het kleedgeld betaald moet worden;
  • openstaat voor samen plannen en terugkijken.

Je hoeft niet meteen met een volledig kledingbudget te beginnen. Je kunt ook starten met een proefperiode. Laat je kind bijvoorbeeld eerst alleen shirts, truien en accessoires betalen. Schoenen, jassen, sportkleding en ondergoed betaal je dan nog zelf. Gaat dat goed, dan kun je het kleedgeld later uitbreiden.

Hoeveel kleedgeld is normaal?

Er is niet één bedrag dat voor elk gezin klopt. Het Nibud geeft aan dat de doorsnee scholier ongeveer €50 per maand aan kleedgeld krijgt. Tegelijk geeft het Nibud aan dat alle kleding voor kinderen vanaf 12 jaar gemiddeld ongeveer €71 per maand kost voor jongens en €77 per maand voor meisjes. Daarbij gaat het om alle kleding, dus ook sokken, ondergoed, schoenen en een winterjas.

Dat verschil is belangrijk. Een kind dat €50 per maand krijgt, kan daar meestal niet zelfstandig álle kleding van betalen als ook schoenen en jassen meetellen. Daarom moet je eerst bepalen wat onder het kleedgeld valt.

Richtlijn kleedgeld per leeftijd

Onderstaande bedragen zijn praktische richtlijnen. Ze zijn geen verplichting en ook geen officieel minimum. Zie ze vooral als startpunt voor een gesprek thuis.

Leeftijd Richtlijn per maand Past vooral bij
12 jaar €30 tot €50 Rustig beginnen, vaak nog zonder schoenen en winterjas
13 jaar €40 tot €55 Meer eigen keuzes, maar nog veel begeleiding
14 jaar €45 tot €60 Zelf plannen voor basics, sale en grotere aankopen
15 jaar €50 tot €70 Meer zelfstandigheid en leren vooruitkijken
16 jaar €55 tot €75 Meer verantwoordelijkheid, eventueel met bijbaantje erbij
17 jaar €60 tot €80 Voorbereiden op zelf kleding betalen als jongvolwassene

Moet je kind echt alles zelf betalen, inclusief schoenen, jas, ondergoed en sportkleding? Dan kan een hoger bedrag nodig zijn. Het gemiddelde kledingbedrag van het Nibud voor kinderen vanaf 12 jaar geeft daarvoor een beter vertrekpunt dan alleen het doorsnee kleedgeldbedrag.

Kleedgeld voor 12 jaar

Rond 12 jaar gaat een kind vaak naar de middelbare school. Kleding wordt dan voor veel kinderen belangrijker. Ze zien wat klasgenoten dragen en krijgen meer gevoel voor hun eigen stijl.

Begin op deze leeftijd liever overzichtelijk dan ruim. Een bedrag van ongeveer €30 tot €50 per maand kan passen als je kind vooral gewone kledingstukken zelf koopt, zoals shirts, truien of een broek. Betaal je als ouder schoenen, jassen en ondergoed nog apart? Spreek dat duidelijk af.

Een handige aanpak is om de eerste maanden samen bij te houden wat je kind koopt. Niet om alles te controleren, maar om te leren hoeveel kleding eigenlijk kost.

Kleedgeld voor 13 jaar

Bij 13 jaar willen veel kinderen meer zelf bepalen. Dat is logisch, maar het blijft belangrijk om grenzen te geven. Een richtlijn van €40 tot €55 per maand is vaak realistischer dan een hoog bedrag zonder afspraken.

Bespreek samen wat er gebeurt als het geld halverwege de maand op is. Krijgt je kind dan extra geld, of moet het wachten tot de volgende maand? Voor de leerervaring is het meestal beter om niet automatisch bij te springen, behalve bij noodzakelijke kleding waar je vooraf andere afspraken over hebt gemaakt.

Kleedgeld voor 14 jaar

Op 14-jarige leeftijd kunnen veel kinderen beter plannen. Dit is een goed moment om te leren sparen voor grotere aankopen. Denk aan sneakers, een jas of een duurder kledingstuk dat je kind graag wil.

Een richtlijn van €45 tot €60 per maand kan passend zijn als niet alle grote uitgaven onder het kleedgeld vallen. Maak samen een lijstje met vaste kledingkosten. Denk aan basics, sokken, ondergoed, sportkleding, schoenen en seizoenskleding. Zo ziet je kind dat kleding meer is dan alleen leuke items kopen.

Kleedgeld voor 14 jaar

Kleedgeld voor 15 jaar

Vanaf 15 jaar krijgen sommige jongeren een bijbaantje. Dat kan invloed hebben op het kleedgeld, maar het hoeft niet te betekenen dat je als ouder direct stopt. Je kunt ook afspreken dat basisstukken uit het kleedgeld komen en extra merkkleding of duurdere keuzes uit eigen verdiend geld.

Een richtlijn van €50 tot €70 per maand kan passend zijn, afhankelijk van wat je kind ervan moet betalen. Praat op deze leeftijd ook over verleidingen, zoals online aanbiedingen, achteraf betalen en impulsaankopen. Juist bij kledingwebshops kan het makkelijk zijn om meer te bestellen dan nodig is.

Kleedgeld voor 16 jaar

Op 16-jarige leeftijd kun je meer verantwoordelijkheid geven. Veel jongeren hebben een duidelijkere smaak en willen misschien vaker zelf online bestellen. Dat is een goed moment om afspraken te maken over retourneren, verzendkosten en achteraf betalen.

Een richtlijn van €55 tot €75 per maand kan passen als je kind een groot deel van de gewone kleding zelf betaalt. Wil je kind duurdere merken of vaker nieuwe kleding? Dan is het redelijk om af te spreken dat dit uit spaargeld of eigen inkomsten komt.

Je kunt ook praten over tweedehands kleding, kledingruil, sale en kwaliteit. Duur is niet automatisch beter, maar heel goedkoop is ook niet altijd voordelig als kleding snel slijt.

Kleedgeld voor 17 jaar

Bij 17 jaar komt financiële zelfstandigheid dichterbij. Je kind wordt bijna 18 en krijgt dan met meer geldzaken te maken. Kleedgeld kan helpen om alvast te oefenen met zelfstandig plannen.

Een richtlijn van €60 tot €80 per maand kan passen als voorbereiding op zelf kleding betalen. Sommige ouders bouwen het kleedgeld juist af als hun kind meer verdient met een bijbaan. Andere ouders blijven bijdragen zolang hun kind nog op school zit. Beide keuzes kunnen logisch zijn, zolang je er duidelijke afspraken over maakt.

Kleedgeld zonder schoenen en jassen

Als schoenen en jassen niet onder het kleedgeld vallen, kan het maandbedrag lager blijven. Dat is vooral handig bij jongere kinderen of als je kind nog moet leren plannen.

Een praktische richtlijn zonder schoenen en jassen:

  • 12 jaar: €30 tot €45 per maand
  • 13 jaar: €35 tot €50 per maand
  • 14 jaar: €40 tot €55 per maand
  • 15 jaar: €45 tot €60 per maand
  • 16 jaar: €50 tot €65 per maand
  • 17 jaar: €55 tot €70 per maand

Let op: dit werkt alleen als het voor iedereen duidelijk is wat jij als ouder nog betaalt. Zet bijvoorbeeld op papier dat winterjas, schoenen, sportkleding en ondergoed apart worden betaald. Dan voorkom je discussie op het moment dat er iets nodig is.

Kleedgeld inclusief schoenen en jassen

Moet je kind ook schoenen, jassen, sokken, ondergoed en sportkleding betalen? Dan is het verstandig om het bedrag anders te bekijken. Een paar schoenen of winterjas kan meerdere maanden kleedgeld kosten. Je kind moet dan echt leren reserveren.

Je kunt dit op drie manieren aanpakken:

  • Een hoger maandbedrag geven: je kind betaalt alles zelf en spaart voor dure maanden.
  • Een basisbedrag plus seizoensbijdrage geven: je kind krijgt maandelijks kleedgeld en bijvoorbeeld extra geld voor een winterjas of schoenen.
  • Grote aankopen samen betalen: je spreekt af welk bedrag jij maximaal bijdraagt en wat je kind zelf bijlegt als het iets duurders wil.

De laatste optie werkt vaak goed bij merkkleding. Jij betaalt bijvoorbeeld het bedrag dat je redelijk vindt voor goede schoenen. Wil je kind een duurder merk, dan betaalt je kind het verschil zelf.

Welke afspraken maak je over kleedgeld?

Goede afspraken zijn belangrijker dan het perfecte bedrag. Bespreek in ieder geval deze punten:

  • Wat valt onder kleedgeld? Denk aan gewone kleding, schoenen, jas, sportkleding, ondergoed, sokken, accessoires en tassen.
  • Wanneer wordt het betaald? Maandelijks werkt meestal beter dan wekelijks, omdat kleding plannen vraagt.
  • Wat gebeurt er als het geld op is? Spreek af of je kind moet wachten of dat er uitzonderingen zijn.
  • Mag je kind online bestellen? Maak afspraken over verzendkosten, retourkosten en achteraf betalen.
  • Wie betaalt miskopen? Dit is een leerpunt, maar bij dure aankopen kun je vooraf samen meekijken.
  • Hoe vaak evalueer je? Kijk bijvoorbeeld na drie maanden of het bedrag en de afspraken nog werken.

Zet de afspraken eventueel kort in een notitie op de telefoon van je kind. Dat klinkt streng, maar het voorkomt gedoe.

Budgettips om slim met kleedgeld om te gaan

Kleedgeld werkt het best als je kind niet alleen geld krijgt, maar ook leert hoe je slimme keuzes maakt.

  • Maak een kledinglijst: laat je kind opschrijven wat echt nodig is en wat vooral leuk is om te hebben.
  • Werk met potjes: bijvoorbeeld basics, sparen voor schoenen en extra’s.
  • Koop niet alles meteen: even wachten voorkomt impulsaankopen.
  • Gebruik de sale bewust: korting is alleen handig als je het kledingstuk ook echt nodig hebt.
  • Vergelijk prijzen: hetzelfde kledingstuk kan bij verschillende winkels een andere prijs hebben.
  • Kijk naar tweedehands: zeker voor jassen, merkitems of kleding die weinig gedragen is.
  • Let op kwaliteit: goedkope kleding is niet altijd voordelig als het snel kapot gaat.

Wil je kind graag merkkleding? Lees dan ook de tips over besparen op merkkleding. Spreek wel af dat merken geen vanzelfsprekend recht zijn. Een basisbudget is bedoeld voor kleding die nodig is. Extra luxe kan je kind zelf bijleggen.

Wanneer stop je met kleedgeld?

Veel ouders stoppen rond 18 jaar, maar dat hoeft niet in één keer. Het hangt af van de situatie. Gaat je kind studeren, werkt je kind al, woont je kind nog thuis en hoeveel eigen inkomsten heeft je kind?

Je kunt kleedgeld ook afbouwen. Bijvoorbeeld:

  • tot 16 jaar betaal jij de meeste kledingkosten;
  • vanaf 16 jaar betaalt je kind meer zelf;
  • vanaf 17 jaar betaalt je kind extra wensen zelf bij;
  • vanaf 18 jaar spreek je opnieuw af wat nog redelijk is.

Het doel is niet om je kind zo snel mogelijk alles zelf te laten betalen. Het doel is dat je kind leert plannen voordat het financieel zelfstandig wordt.

Veelgemaakte fouten bij kleedgeld

Een paar valkuilen komen vaak terug.

  • Geen duidelijke afspraken maken: hierdoor ontstaat discussie over schoenen, jassen en sportkleding.
  • Te snel extra geld geven: dan leert je kind minder goed plannen.
  • Een bedrag kiezen dat niet bij je eigen budget past: kleedgeld moet ook voor ouders haalbaar blijven.
  • Alles controleren: je kind moet fouten kunnen maken, zolang de gevolgen te overzien zijn.
  • Geen rekening houden met dure maanden: een winterjas, schoenen en schoolspullen kunnen tegelijk komen.

Voor wie gelden deze richtlijnen?

Deze richtlijnen zijn bedoeld voor ouders en verzorgers van kinderen op de middelbare school. Ze zijn vooral handig als je kind thuis woont en nog niet volledig zelf in het eigen onderhoud voorziet.

Heeft je gezin weinig financiële ruimte? Dan is een lager bedrag heel begrijpelijk. Kleedgeld moet geen druk leggen op het huishoudbudget. Je kunt je kind ook met een kleiner bedrag leren budgetteren. Het gesprek over keuzes is minstens zo belangrijk als het bedrag zelf.

Geen persoonlijk financieel advies

Dit artikel geeft algemene informatie en praktische richtlijnen. Wat een goed bedrag is, hangt af van je inkomen, je vaste lasten, het aantal kinderen, de prijzen van kleding en de afspraken die je thuis maakt. Controleer daarom altijd zelf wat haalbaar is voor jouw gezin.

Bronnen

Kies een bedrag dat past bij de afspraken

Kleedgeld is vooral nuttig als je kind er iets van leert. Het exacte bedrag is minder belangrijk dan de afspraken eromheen. Spreek duidelijk af wat je kind zelf betaalt, wanneer het geld komt en wat er gebeurt als het op is.

Als startpunt kun je uitgaan van ongeveer €50 per maand voor veel scholieren. Moet je kind alles zelf betalen, inclusief schoenen en jassen, dan ligt een hoger bedrag meer voor de hand. Betaal jij grote aankopen nog apart, dan kan het maandbedrag lager blijven.

Begin liever eenvoudig, evalueer na een paar maanden en pas het bedrag aan als dat nodig is. Zo wordt kleedgeld geen maandelijkse discussie, maar een praktische les in omgaan met geld.

Vergelijkbare berichten